
Breukenrekenmachine
Bereken en vereenvoudig breuken met onze gratis online breukenrekenmachine. Snel en accuraat breuken optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen!
Fractie
1
2
+
1
3
=
5
6
of 0.8(3) of 0.8333333333333334
+
=
Er was een fout met uw berekening.
Laatst bijgewerkt: 3 juni 2026
Inhoudsopgave
- Regels voor het gebruik van de breukenrekenmachine
- Problemen die deze breukenrekenmachine oplost
- Wiskundige bewerkingen met breuken uitvoeren zonder breukenrekenmachine
- Soorten Breuken
Een breukenrekenmachine is een handige, gratis online tool die laat zien hoe je wiskundige bewerkingen met breuken moeiteloos uitvoert. Deze rekenmachine voor breuken versnelt je rekenproces doordat het niet alleen het eindantwoord geeft, maar ook duidelijk de tussenstappen laat zien. In dit artikel ontdek je hoe je deze specifieke breukencalculator optimaal gebruikt. Daarnaast frissen we de basisprincipes van het rekenen met breuken op, zoals de verschillende soorten breuken, breuken optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen, inclusief handige regels en voorbeelden.
Een breuk geeft aan hoeveel delen van een geheel er beschikbaar zijn. Je herkent een breuk aan de horizontale of schuine streep tussen twee getallen. Het getal boven de streep (of aan de linkerkant) noemen we de "teller". Het getal onder de streep (of aan de rechterkant) is de "noemer". Bijvoorbeeld: in de breuk \$\frac{2}{4}\$ is twee de teller en vier de noemer.
In de wiskunde kennen we verschillende soorten breuken: echte breuken, onechte breuken, gemengde breuken, eenheidsbreuken en complexe breuken. Afhankelijk van hun onderlinge verhouding kunnen breuken ook gelijknamig, ongelijknamig of gelijkwaardig (equivalent) zijn.
Regels voor het gebruik van de breukenrekenmachine
-
Voer de breuken in de daarvoor bestemde invulvakken in (bijvoorbeeld in de vorm van \$\frac{4}{9}\$, \$\frac{25}{6}\$ of \$\frac{8}{3}\$).
-
Kies de gewenste wiskundige bewerking (operator). Je hebt de keuze uit optellen, aftrekken, vermenigvuldigen of delen. Je kunt ook de "van"-operator gebruiken, wat in feite neerkomt op het vermenigvuldigen van twee breuken. Selecteer simpelweg de bewerking die past bij jouw wiskundige opgave.
-
Nadat je de breuken correct hebt ingevoerd en de juiste bewerking hebt gekozen, klik je op de knop "Berekenen" om direct het stappenplan en het antwoord te zien.
Problemen die deze breukenrekenmachine oplost
Deze online breukenoplosser bespaart je zeeën van tijd die je anders kwijt zou zijn aan handmatig rekenwerk. Onze breukenrekenmachine helpt je foutloos bij het optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen van breuken, evenals bij het berekenen van een breuk van een andere breuk (een deel van een geheel).
Een praktisch voorbeeld
Laten we met een praktisch voorbeeld bekijken hoe de breukencalculator werkt. Stel, je wilt de volgende twee breuken bij elkaar optellen: \$\frac{2}{6}\$ en \$\frac{1}{4}\$.
We beginnen met de breuk aan de linkerkant van het plusteken: \$\frac{2}{6}\$. Voer het getal 2 in het vakje voor de teller in, en het getal 6 in het vakje voor de noemer.
Aan de rechterkant van de geselecteerde bewerking (optellen) doe je hetzelfde voor de tweede breuk: \$\frac{1}{4}\$. Vul de 1 in als teller en de 4 als noemer.
Zodra je de breuken hebt ingevoerd en het juiste symbool (optellen) hebt geselecteerd, voert de tool de berekening direct voor je uit. Het resultaat verschijnt overzichtelijk in het antwoordvak.
Uiteraard kun je met deze tool ook andere wiskundige bewerkingen uitvoeren. Selecteer eenvoudig de operator die je nodig hebt voor jouw som.
Het grootste voordeel van deze slimme breukenrekenmachine is dat hij je een gedetailleerde, stapsgewijze uitleg geeft. Zo leer je direct hoe je de opgave zélf kunt oplossen zonder rekenmachine!
Wiskundige bewerkingen met breuken uitvoeren zonder breukenrekenmachine
Breuken optellen
1. Breuken met een gemeenschappelijke noemer (gelijknamig)
Het optellen van gelijknamige breuken (breuken met dezelfde noemer) is erg eenvoudig. Je hoeft hiervoor alleen de tellers bij elkaar op te tellen, terwijl je de noemer ongewijzigd laat.
Bijvoorbeeld,
$$\frac{5}{9} + \frac{2}{9} = \frac{(5+2)}{9} = \frac{7}{9}$$
2. Breuken met verschillende noemers (ongelijknamig)
Het optellen van ongelijknamige breuken vereist een extra tussenstap. Voordat je deze breuken kunt optellen, moet je ze eerst gelijknamig maken (een gemeenschappelijke noemer vinden).
Dit doe je door het kleinste gemeenschappelijke veelvoud (KGV) van de twee noemers te bepalen. Een andere methode is om de noemers met elkaar te vermenigvuldigen en de resulterende breuk aan het einde te vereenvoudigen. Zodra beide breuken dezelfde noemer hebben, kun je de tellers probleemloos bij elkaar optellen.
Bijvoorbeeld,
$$\frac{4}{5} + \frac{3}{7} = \frac{(4×7)}{(5×7)} + \frac{(3×5)}{(7×5)} = \frac{28}{35} + \frac{15}{35} = \frac{(28+15)}{35} = \frac{43}{35} = 1{\frac{8}{35}}$$
3. Twee gemengde breuken optellen
Er zijn twee manieren om gemengde breuken (een geheel getal met een breuk) bij elkaar op te tellen. De eerste methode is door ze eerst om te zetten in onechte breuken, waarna je ze volgens de normale regels optelt. De tweede methode is om de gehele getallen en de breukdelen eerst los van elkaar op te tellen. Het uiteindelijke antwoord is de som van deze twee uitkomsten.
Breuken aftrekken
De regels voor het aftrekken van breuken zijn vrijwel identiek aan die voor het optellen. Als de breuken gelijknamig zijn (dezelfde noemer hebben), trek je simpelweg de tellers van elkaar af en laat je de noemer staan.
Bijvoorbeeld,
$$\frac{4}{5} - \frac{1}{5} = \frac{(4-1)}{5} = \frac{3}{5}$$
Bij het aftrekken van ongelijknamige breuken pas je dezelfde voorbereidende stap toe als bij het optellen: je maakt de breuken eerst gelijknamig door een gemeenschappelijke noemer te zoeken. Daarna trek je de tellers van elkaar af. Bijvoorbeeld,
$$\frac{2}{5} - \frac{3}{10} = \frac{4}{10} - \frac{3}{10} = \frac{1}{10}$$
Breuken vermenigvuldigen
Het vermenigvuldigen van breuken is zeer rechttoe rechtaan. De regel is simpel: vermenigvuldig de tellers met elkaar en vermenigvuldig de noemers met elkaar. Soms is het daarna nog nodig om de uitkomst te vereenvoudigen.
Bijvoorbeeld,
$$\frac{2}{3} × \frac{5}{6} = \frac{(2 × 5)}{(3 × 6)} = \frac{10}{18}$$
Je kunt het bovenstaande voorbeeld nog vereenvoudigen tot \$\frac{5}{9}\$. Dit doe je door zowel de teller als de noemer te delen door hun grootste gemeenschappelijke deler (GGD), wat in dit geval 2 is.
Wanneer je te maken hebt met het vermenigvuldigen van gemengde breuken, is het belangrijk dat je deze eerst omzet naar onechte breuken. Vervolgens kun je de tellers en noemers op exact dezelfde wijze met elkaar vermenigvuldigen.
Breuken delen
Voor het delen van breuken gebruiken we een bekende wiskundige regel: "delen door een breuk is vermenigvuldigen met het omgekeerde". Dit betekent dat je de tweede breuk (rechts van het deelteken) omdraait; de teller wordt de noemer en vice versa. Hierdoor verandert het deelteken in een vermenigvuldigingsteken. Vervolgens kun je de breuken simpelweg met elkaar vermenigvuldigen.
Bijvoorbeeld,
$$\frac{\frac{1}{2}}{\frac{4}{5}} = \frac{1}{2} × \frac{5}{4} = \frac{(1 × 5)}{(2 × 4)} = \frac{5}{8}$$
Een breuk van een breuk
Het berekenen van een "breuk van een breuk" komt exact op hetzelfde neer als het vermenigvuldigen van twee breuken.
Bijvoorbeeld,
$$\frac{2}{5}\ van\ \frac{4}{5} = \frac{(2 × 4)}{(5 × 5)} = \frac{8}{25}$$
Soorten Breuken
Echte Breuken
We spreken van een echte breuk wanneer de teller (het bovenste getal) kleiner is dan de noemer (het onderste getal). Bijvoorbeeld:
$$\frac{2}{3}, \frac{10}{20}, \frac{13}{57}$$
Onechte Breuken
Een onechte breuk is het tegenovergestelde: hierbij is de teller juist groter dan (of gelijk aan) de noemer. Bijvoorbeeld:
$$\frac{5}{2}, \frac{21}{10}, \frac{48}{12}$$
Gemengde Breuken
Een gemengde breuk is in principe een andere manier om een onechte breuk te schrijven. Het is een combinatie van een geheel getal en een echte breuk. Bijvoorbeeld:
$$2\frac{1}{2}, 3\frac{5}{14}, 17\frac{2}{7}$$
Gelijknamige Breuken
Breuken die exact dezelfde noemer hebben, noemen we gelijknamige breuken. Bijvoorbeeld:
$$\frac{1}{8}, \frac{2}{8}, \frac{5}{8}$$
Ongelijknamige Breuken
Breuken met verschillende noemers noemen we ongelijknamige breuken. Bijvoorbeeld:
$$\frac{1}{2}, \frac{3}{7}, \frac{7}{11}$$
Gelijkwaardige of Equivalente Breuken
Wanneer breuken na vereenvoudiging precies dezelfde waarde vertegenwoordigen, spreken we van gelijkwaardige of equivalente breuken. Bijvoorbeeld:
$$\frac{1}{3}, \frac{2}{6}, \frac{4}{12}$$
Je kunt al deze breuken namelijk vereenvoudigen tot \$\frac{1}{3}\$.
Complexe Breuken
Een complexe breuk is een breuk waarbij de teller, de noemer, of allebei zélf ook een breuk bevatten. Bijvoorbeeld:
$$\frac{\frac{x+1}{x}}{\frac{x-2}{4}}$$
Eenheidsbreuken
Een breuk met het getal 1 als teller en een geheel getal als noemer, staat bekend als een eenheidsbreuk. Bijvoorbeeld:
$$\frac{1}{3}, \frac{1}{8}, \frac{1}{24}$$






